Ga naar de inhoud

Boekrecensie: Botanische revolutie – de plantenleer van Charles Darwin

Charles Darwin, botanische, revolutie
Charles Darwin. Bron: Wikipedia.org
Filosoof en archeoloog Norbert Peeters schreef eerder al het succesvolle boek Plantaardig – vegetatieve filosofie (2014). Hierna waagde hij zich aan het onderbelichte en ook voor hem nog onbekende onderwerp: de plantenleer van Charles Darwin. Want staat Darwin niet vooral bekend om de evolutietheorie, met betrekking tot mensen en dieren? Jazeker, maar de helft van zijn leven besteedde Darwin aan botanie. Door Botanische revolutie – de plantenleer van Charles Darwin wordt duidelijk dat Darwin planten erg hoog had zitten en krijg je als lezer zowaar respect voor het plantenrijk.

 

botanische revolutie, norbert peeters, boek

Peeters schrijft in het voorwoord dat hij eerst zelf net zo veel van planten wist als een gemiddelde gorilla en nog geen beuk van een linde kon onderscheiden. Dat stelt de lezer gerust: je hoeft niet veel achtergrondkennis te hebben om dit boek te begrijpen.

Ook introduceert Peeters in het begin van het boek ‘plantenblindheid’. Een begrip dat illustreert hoe er tegenwoordig naar planten wordt gekeken: namelijk niet of nauwelijks. Wij moderne mensen vinden planten minderwaardig en zien ze niet als volwaardige leden van onze samenleving. Een interessant gegeven om mee te beginnen en een perfect voorbeeld van de merkwaardige onbekendheid van Darwins plantenleer. Zo veel boeken zijn er over Darwin geschreven en bijna allemaal over mensen en dieren, niet over planten. Terwijl Darwin zelf in zijn autobiografie schrijft: ‘Planten zijn geen tweede- of derderangs burgers, inferieur aan mens of dier, maar zijn op hun eigen manier complex.’

Met 7 hoofdstukken, die elk uit twee delen bestaan, vormt Peeters een mooie verzameling botanische verhalen aan de hand van Darwins ontdekkingen. Het aanhalen van luchtige, actuele situaties en verwijzingen (de schrijver die op straat loopt of een radio-fragment van Van Kooten en De Bie beschrijft) in combinatie met de meer wetenschappelijke stof werkt goed. Je wordt in de inhoudsopgave nieuwsgierig gemaakt met de speels getitelde hoofdstukken als: Darwins mottenmysterie (hoofdstuk 3.2) en Darwins toverbonen (hoofdstuk 5.1).

Peeters geeft een kleurrijke beschrijving van Darwins botanische ontdekkingen. Hij beschrijft bijvoorbeeld Darwins fascinatie voor het klimvermogen van planten (blz. 184). Beginnend met het verhaal ‘The History of Jack and the Bean Stalk’ wordt aan de hand van foto’s het groeigedrag van onder andere leibomen en komkommerplanten beschreven. Doordat er af en toe tussendoor een stukje uit een briefwisseling van Darwin in zit, komen de al interessante verhalen nog meer tot leven.

Het laatste deel van het laatste hoofdstuk gaat over de intelligentie van planten. Je komt er bijvoorbeeld achter dat plantenwortels slimmer zijn dan je dacht, ook al hebben ze geen oren, neus en ogen.

De Darwinliteratuur is een hard gesteente, zo schrijft Peeters zelf in het dankwoord, waaruit hij toch mooi een beeld heeft kunnen vormen. Een prettig lezend, informatief en leerzaam beeld, geschikt voor elke plantenleek of plantenliefhebber.